VALLE MAGGIA
CENTOVALLI
Het dorp Intragna is met name bekend om zijn 65m hoge kerktoren van de Gotthardkerk, tevens is deze toren de hoogste kerktoren van Tessin. Het dorp Intragna staat op een rots waar de Melezza en Isorno samenkomen ondanks dat het een klein dorp is, heeft het een rijkdom aan bezienswaardigheden waaronder o.a.; het regionale museum, de Gotthardkerk en de oudste romeinse boogbrug van de vallei.
Romeinse boogbrug (voorbij dorp links) uit 1578, deze blijkt de oudste romeinse boogbrug te zijn uit deze regio. De bekende Centovallibaan kruist hier de Isorno rivier over het 80m hoge spoorwegviaduct. Een treinrit met de Vigezzina-Centovalli-Bahn zoals de originele benaming luidt, is een grensoverschrijdende belevenis op zich, de trein passeert namelijk ruim 80 viaducten en bruggen. De trein verbindt het Italiaanse Domodossola met het Zwitserse Locarno. Een aantal bergdorpen zijn enkel met een kabelbaan of te voet te bereiken. Langs de doorgaande weg door het Centovalli richting Italië tellen we al gauw een dertigtal goederen kabelbaantjes naar hoger gelegen dorpen en gehuchten, die enkel te voet bereikbaar zijn. Het idyllische Rasa in Centovalli is een van de laatst overgebleven autovrije dorpen in Ticino. Rasa, gelegen in het zuiden van de vallei op 896m hoogte is alleen te voet bereikbaar of via de kabelbaan vanuit Verdasio, ver verwijderd van de hectische levensstijl van onze samenleving. Op de 1e dinsdag van de maand is de kabelbaan gesloten voor onderhoud. Rondom het kerkje gewijd aan Sint-Anna, uit begin 1700, staan nog enkele oude adellijke woningen. Een wandeling via Terra Vecchia, door het oude gehucht Bordei naar het mooie Palagnedra is zeker een aanrader. De nederzetting Bordei heeft een middeleeuws oorsprong en werd voornamelijk gebouwd uit natuursteen. Vervolgens rijden wij verder bergopwaarts over de Centovallibaan, vergezeld aan de ene zijde de doorgaande rijbaan Via Centovalli en aan de andere zijde de Melezza rivier, die uit het hoger gelegen Lago di Palagnedra komt. Langs het langgerekt meer eindigen we op Zwitsers grondgebied in Camedo het laatste dorp voor de grens met Italië. De populaire wandelroute Via del Mercato loopt van Camedo naar Intragna, over het oude muilezelpaden en romeinse boogbruggen. Het oratorium van San Lorenzo in Camedo werd gebouwd in de 17e eeuw. In 1725 werd het portiek in Toscaanse stijl toegevoegd met boven het portaal de patroonheilige, een oude fresco maar we hebben ze wel beter gezien uit die tijd. Een werk van Giuseppe Maria Pancaldi hangt boven het altaar met de afbeelding van St. Lawrence. Het dorp Camedo is op een zuidelijke terrashelling gebouwd en ligt 549m boven de zeespiegel. Het voormalig grensdorp is een populaire bestemming voor wandelaars dankzij het treinstation van de Centovallibaan.
PALAGNEDRA (CENTOVALLI)
Het Casa Mazzi huis met familiewapen werd gebouwd door Petronio Mazzi (1681-1753).
De betoverende San Michele kerk, met uitzicht op de Centovalli-vallei, staat buiten de dorpskern op een heuveltop en is gewijd aan de aartsengel Michaël en werd gebouwd tussen 1640-1732.
De meest waardevolle kunstschatten van de kerk zijn bewaard gebleven in het oude koor rechts van het hoofdaltaar het zijn een aantal prachtige fresco’s uit de 15e eeuw. Het was de moederkerk van het Centovalli-vallei en werd voor het eerst in 1231 in een document vermeld. De huidige kerk stamt gedeeltelijk uit de 15e en 17e eeuw en in 1731 vond een verdere renovatie plaats zoals aangeduid op de voorgevel. De klokkentoren naast de kerk dateert mogelijk uit de late middeleeuwen. Direct naast de kerk staat de pastorie en aan de andere zijde van de kerk ligt het kerkhof met de naam Mazzi als de meest voorkomende naam op de grafstenen. In Palagnedra heb je een prachtig uitzicht op de spoorlijn in de Centovalli-vallei, het kunstmatige stuwmeer en de dam ervan. De afstand vanaf het treinstation Palagnedra in Centovalli naar het gehucht Palagnedra bedraagt ongeveer drie kilometer en is in een klein uurtje te wandelen. Het station Palagnedra ligt aan de Centovalli-spoorlijn van Domodossola in Italië naar het Lago Maggiore, Locarno in Zwitserland.
BORDEI (CENTOVALLI)
Verder wandelen we door het dorp en lezen de geschiedenis van het wilde varken van Bordei naast de waterbron met het bronzen varken. Vervolgens rijden we met de auto terug en zijn we maar al te blij dat we deze wandeltocht niet te voet hebben afgelegd afgelopen jaar. Van Rasa naar Terra Vecchia, Bordei en Palagnedra is een pittige wandeling, bovendien heb je in Palagnedra geen halteplaats van het openbaar vervoer. Wel is er een halteplaats waar je kunt wachten tot er iemand naar beneden rijdt en dan maar hopen dat diegene je mee kan nemen.
VALLE ONSERNONE
VIA DELLE VOSE (LOCO-INTRAGNA)
Tegenwoordig wordt deze prachtige wandelroute alleen nog als wandelpad gebruikt, door toeristen, bewoners. Intragna en Loco, vertrek- en eindpunt van de wandelroute, zijn twee goed bewaarde dorpen met goed bewaarde kerken en centra. De Centovalli spoorlijn brengt je van Locarno naar Intragna en lijnbus 324 brengt je vanuit Locarno naar Loco. Wat je beginpunt ook is voor deze wandeling, je moet dalen maar ook stijgen. Onze voorkeur gaat uit naar Loco om te starten en we wandelen via de nederzettingen Rossa, Niva, Vosa’s en Pila naar Intragna. Nabij Rossa kijken we nog even achterom naar Loco en wandelen door Rossa dat al een vrij nieuwe bebouwing heeft en vinden de aanwijzing “Via delle Vose” om af te dalen richting Niva. Het goed gemarkeerde pad leidt door het berken-, kastanje- en beukenbos via het gehucht Niva heuvelafwaarts richting de Niva-kloof.
Vervolgens wandelen we over en langs de woonerven terug langs de kapel op Niva di dentro richting de Niva brug, waar we de Isorno rivier passeren. Het oratorium in Niva is gewijd aan St. Johannes van Nepomuk, de beschermheilige van bruggen en waterwegen. De kapel is gebouwd in 1680. Dankzij een geschrift uit 1269 weten we dat het Onsernone-vallei in de middeleeuwen al over een brug toegankelijk was. In 1978 werd de stenen boogbrug uit de 16e eeuw door het hoge water weggespoeld. Er werd door de militaire genietroepen een noodbrug gebouwd om het muilezel-pad toegankelijk te houden. In 2016 werd de huidige brug geplaatst. Na de brug gaat de wandelroute stijgen zowel voor de mensen die in Intragna zijn gestart als ook zij die in Loco zijn begonnen.
Het muilezel-pad heeft de benaming van deze twee Vosa’s gekregen “Via delle Vose”. Het bordje met aanwijzing Intragna voor het dorp negeren we en wandelen het dorp binnen. We maken een aantal foto’s en merken dat de kabelbaan in bedrijf is, deze dient enkel voor de bewoners om naar de overzijde van het ravijn te komen, om boodschappen te halen.
Langs de wasplaats wandelen we de nederzetting binnen en maken een praatje met een stel dat Duitse taal machtig is en daar met veel plezier woont gedurende de zomermaanden. Vervolgens wandelen we aan de andere zijde de nederzetting weer uit en bereiken dan het Oratorium van de Madonna del Buon Consiglio (Oratorium van de Heilige Maagd van Goede Raad).
Hier nuttigen we onze meegebrachte lunch en lezen het bord aan de gevel, waarop staat dat de sacristie in zeer slechte staat verkeerd en het dak vervangen moet worden, iedere gift is welkom met een app, gevolgd door: hartelijk dank voor uw vrijgevigheid. Wij maken nog een aantal foto’s en wandelen door richting La Píla de volgende enclave op onze wandelroute. We gaan langs het schoolgebouw in Pila, dat aangeeft dat het een behoorlijk dorp moet zijn geweest in voorgaande jaren. Pila is een oude nederzetting met een charmante groep rustieke huizen met stenen daken genesteld te midden van weiden en boomgaarden, vervolgens wandelen we langs de wasplaats de nederzetting uit. Dan volgt de aanwijzing Intragna 50 minuten rechtsaf of Intragna 25 minuten rechtdoor, we kiezen voor het laatste en wandelen richting Intragna, waar we nog even nagenieten op een rots met zicht op Intragna en de Pedemonte vlakte. Hier genieten we van het weidse uitzicht en dromen nog even van dit typische plattelandscultuur van Tessin, met zijn door de natuur geplaveide muilezelpaden en afgelegen nederzettingen, gebouwd van droog gestapelde granieten stenen. Het zeven kilometer lange traject is een aangename, schaduwrijke wandeling waar men zeker een halve dag voor uit moet trekken, wil men alles goed bekijken. De dorpen, kapellen en kerken zijn zeker een bezoekje waard. Wij wandelen langs het 19e-eeuwse oratorium van Sacro Cuore Intragna binnen en wandelen via de parochiekerk van Intragna, die gewijd is aan San Gottardo, richting de Centovalli-Bahn. Op het plein voor de kerk dwalen onze gedachten even 200 jaar terug, naar de vrouwen uit de Onsternone-vallei die hier op het marktplein hun bundels stro en pakketten vol strohoeden, bedoeld voor de mode-industrie in Italië en Frankrijk aan de man brachten. In de parochiekerk van Intragna hangen nog steeds 19e -eeuwse schilderijen en is het binnenin rijkelijk versierd met relikwieën. De 65 meter hoge klokkentoren is de hoogste klokkentoren in de regio Tessin. Intragna is afgeleid van het Latijnse “Intra amnes” dat tussen twee rivieren betekend: Isorno en Melezza. Rest ons nog een kop koffie halen in het “Hotel Ristorante Stazione” dat we sterk kunnen aanbevelen vanwege zijn prachtig uitzicht over de Pedemonte vlakte tot aan het Lago Maggiore. Even later arriveert de trein van de Centovalli-Bahn welke ons terugbrengt naar Locarno en we terug kunnen kijken op een mooie dag.
VALLE DI VERGELETTO
Aan het eind van het Vergeletto-dal op 1300m ligt aan de noordzijde van het dal, de steengroeve Vergeletto. De kabelbaan in Zott brengt u naar de hoger gelegen Salèivallei, de berghutten van deze omgeving Capanna Salèi en Capanna Alpe Arena staan beschreven onder berghutten Tessin op deze website. Het zijn allen prachtige dalen met karakteristieke dorpen, pittoreske stenen huizen en vele, vele kilometers aan wandelwegen, die mooie schilderachtige, maar ook culturele schoonheden bieden.
MAGGIADAL (VALLE MAGGIA)
Een volgende dag rijden we rechtstreeks met de bus het Maggiadal in, het magische dal, stroomopwaarts langs de 56 km lange Maggia Rivier. De Maggiavallei, in strikte zin genomen, strekt zich uit van Ponte Brolla tot Bignasco, waar het dal een naamsverandering krijgt en Val Lavizzara gaat heten. Het is een adembenemende mooie regio, met zijn talrijke zijdalen dat zich een weg baant langs deze hoge steile rotswanden. De Maggia ontspringt uit het hoger gelegen Lago del Narèt bij de pasovergang Passo del Narèt naar het Bedretto dal aan de Nufenenpass. Vele wandelwegen zijn oude pelgrimswegen, romeinse wegen, oude handelsroutes, uitgehouwen stenen paden, die leiden over imposante romeinse bruggen en door smalle pittoreske stenen dorpjes met stenen daken. Het eerste dorp na Ponte Brolla in het Maggiadal heet Avegno.
AVEGNO (VALLE MAGGIA)
De kerk werd gesticht in 1250, verbouwd in de 16e eeuw en verhoogd in 1857 en heeft een romaanse bouwstijl. Door Avegno maken we nog enkele foto’s en verlaten het dorp aan de noordzijde langs het oratorium van St Anna. Via de hangbrug overbruggen we de Maggia en langs Gordevio aan de overzijde van de Maggia, bereiken we het dorp Maggia in het gelijknamig dal.
MAGGIA (VALLE MAGGIA)
Een imposante trap met 99 treden leidt naar de kerk. San Maurizio heeft een dominante positie op de heuvel boven het dorp Maggia, het is tevens de oudste kerk van de vallei. Vele renovaties volgden en de huidige vorm dateert uit 1855. In het Maggiadal zijn veel hangbruggen over de deels zeer brede Maggia. De modernste versie van deze hangbruggen is die in Maggia zelf. De 120m lange hangbrug werd gebouwd in 2018 ter vervanging van de oude Nepalese hangbrug die totaal versleten was. Het verbindt Maggia met Moghegno aan de andere zijde van de Maggia rivier. De kerk in Moghegno is geweid aan de Heilige Maagd van Assumptie. We vervolgen de wandelroute en bereiken niet veel later Coglio over de oude kantonnale rijbaan.
COGLIO (VALLE MAGGIA)
GIUMAGLIO (VALLE MAGGIA)
SOMEO (VALLE MAGGIA)
CEVIO (VALLE MAGGIA)
VALLE DI CAMPO (VALLE MAGGIA)
VAL ROVANA
Bij de ingang van de Rovanavallei, op de noordoever van de gelijknamige rivier, staat de kerk van Rovana, ook wel Santa Maria del Ponte genoemd. De Barokke kerk werd gebouwd in 1651, eeuwen later vergroot en de meest recente restauratie was in 1947-1953. Bij deze laatste restauratie zijn ook de fresco’s en het stukwerk weer in hun oude glorie hersteld. De Barokke Rovana kerk is een van de rijkste aan stucwerkversieringen van de gehele vallei. In het dorp maken we nog enkele foto’s waaronder van de oude wasplaats. Iets verderop bereiken we Boschetto, ook wel het bos van Cevio genoemd. Het Oratorium van S. Antonio Abate, werd gebouwd in 1673 en bevindt zich op een centrale positie binnen de kern van Boschetto. Op de toegangsdeur staat de data 1645/1945 te lezen, waarschijnlijk momenten waarop restauratiewerkzaamheden werden uitgevoerd. Het volledig dorp Boschetto staat onder monumentenzorg en is de kleinste enclave in de Maggiavallei.
Valle di Campo kent nog een aantal kleine nederzettingen. Linescio gelegen in het onderste deel van Valle di Campo is een van de eerste gehuchten die we bereiken. Linescio heeft een eigen parochiekerk gewijd aan San Remigio. De parochiekerk werd in 1640 gebouwd en is herbouwd begin 1800. Het Valle di Campo wordt vergezeld door de Rovana di Campo rivier die van hoger gelegen delen uit Italië stroomt. Net als zovele dorpen in het Maggiadal valt ook Linescio onder bescherming van het Zwitsers natuur- en cultureel erfgoed. Bij Cerentino in het Valle di Campo splitst het dal nogmaals en gaat in noordwestelijke richting Valle di Bosco/Gurin heten. In en om Cerentino is het zeker de moeite waard om een rondje te wandelen door de verschillende gehuchten, de zonnewijzer in Cerentino dateert uit 1764. De laatste en hoogste dorpen van Valle di Campo, bestaan uit vijf gehuchten gelegen op verschillende hoogten en grote terrassen te weten: Cimalmotto (1405m), Campo (1320m), Piano di Campo (1187m), Seccada (1094m) en Niva (955m).
De twee pittoreske dorpjes Cimalmotto en Campo zijn zeker een bezoekje waard. Wandelend door het dorp staat naast de gemeenschappelijk wasruimte in het dorp de kerk van Cimalmotto gewijd aan S. Maria Assunta. Onder het portiek van de kerk bevindt zich een groot fresco dat dateert uit 1887 en in de kerk zijn de fresco’s even zo mooi. De berghut Rifugio la Reggia staat beschreven onder berghutten. Vervolgens rijden we langs de kapel van Cimalmotto naar Campo. Langs de twee oratoria, het oratorium van San Giovanni Battista en het oratorium van Santa Maria Addolorata bereiken we de kerk van San Bernardo in Campo (Vallemaggia). Worden we in 2023 geconfronteerd met aardverschuivingen en steenlawines boven Brienz in het kanton Gaubünden, in 2000 was het dorp Gondo dat grotendeels verwoest werd door een modderlawine. Hier in Campo (Vallemaggia) vindt de laatste 100 jaar zowel een horizontale als verticale verplaatsing plaats. De kerk van Campo heeft namelijk de afgelopen 100 jaar een horizontale verplaatsing gehad van 30 meter en een verticale van 6.5 meter. Door deze aardverschuiving is Campo een van de grootste instabiele gebieden van de Alpen. Wij rijden via Piano di Campo terug naar Cerentino waar we noordwestelijk het Valle di Bosco/Gurin in gaan.
VALLE DI BOSCO/GURIN
VAL BAVONA
Voor in het dal staat aangegeven dat de kabelbaan gesloten is, het is half mei en dan wordt er onderhoud gepleegd aan de kabelbanen. Daarom is het dal nu ook geschikt om te wandelen want veel verkeer zullen we er nu nog niet tegenkomen. De Bavonavallei is een typisch diep uitgesneden gletsjerdal, met enorme rotsblokken op de valleibodem. Veel van deze blokken zijn geïntegreerd in de droge stenen huizen (rustici). De enclaves in de vallei zijn de meest originele getuigen van hoe de nomaden vroeger leefden en de huidige bewoners hier nog steeds leven. Het is alsof de tijd heeft stilgestaan en zullen de houten lawinebarrières langs de rijbaan om het gevaar van vallende stenen te voorkomen deze grote stenen nu nog tegen kunnen houden? Wij wandelen Mondada binnen en maken enkele foto’s, de zonnewijzer geeft half 12 aan, met de zomertijd meegerekend staat hij op de juiste tijd. Aan de overzijde van het dorp is de gelijknamige Mondadawaterval.
Vervolgens wandelen we verder langs de stenen boogbrug naar Fontana. De watermolen is gesloten evenals het restaurant (Grotto) iets verderop langs de kantonnale route. Het oratorium van Fontana is gewijd aan de heiligen Jacobus en Filippus. Vervolgens bereiken we Sabbione.
Het Oratorium van Sabbione “de kapel van het heilig hart” blijkt gesloten waarna we het dorp verkennen. Hier maar ook elders in het dal staan nog een aantal Splüi woningen, dit zijn natuurlijke toevluchtsoorden onder rotsen, die door de mens naar eigen behoefte is ingericht.
De hangbrug over de Bavona laten we links liggen en we wandelen na Ritorto een stukje van de wandelroute Sentiero Cristallina genaamd. Deze wandelroute nr. 59 gaat via de Cristallina hut en is een regionale langeafstandswandelling die van Airolo naar Bignasco loopt. Door het bos bereiken we Foroglio gelegen op 688m dat ons een prachtig uitzicht biedt op de waterval van Foroglio.
De ruim 100m hoge waterval, komend vanuit het Val Calnègia stort zich hier achter het dorp in de Bavona rivier. Het is samen met de prachtige stenen gebouwen de toeristische trekpleister van het dal, met op de achtergrond de gelijknamige waterval is Foroglio een fotogeniek dorp. Maar ook de andere twaalf schilderachtige gehuchten verdeeld over het dal zijn zeker een bezoekje waard. In de fotogenieke dorpjes Foroglio, Ritorto en Sonlerto aan de doorgaande weg, staan nog huizen gebouwd van opgetrokken stapelstenen (droge muren, zonder cement) met leien daken, een kunstwerk op zich. Hier eindigt onze wandeling voor vandaag want in het dal moet je rekening houden met de bus-tijden anders kun je het dal niet meer uitkomen met het openbaar vervoer. De volgende dag zijn we er weer en laten we ons naar San Carlo rijden met de bus en wandelen we terug tot….In San Carlo vergaren we informatie over de Bavonavallei en verkennen het dorp San Carlo (Val Bavona). We maken enkele foto’s in het dorp en laten de kapel buiten het dorp (Prèsa) links liggen. In het 17e -eeuws oratorium in San Carlo zijn de fresco’s van de kapel uit Prèsa bewaard gebleven en hangen als schilderijen aan de muur in het oratorium. We wandelen richting de geboortekerk in Ganarint, het eerste gedeelte gaat over de rijbaan omdat een deel van het Sentiero Cristallina wandelpad is weggeslagen door een steenlawine. Door het ruige en woeste landschap dat het Val Bavona kenmerkt, bereiken we Ganarint. Tussen enorme rotsblokken staat het oratorium van de geboorte van Christus met klokkentoren en kegelvormige torenspits vlak langs de rijbaan. Het werd gebouwd in 1595 en de muren van de apsis zijn rijkelijk beschilderd in de 18e eeuw. Opvallend is dat het koor verhoogd is door vijf treden. De kerk is gesloten maar we wisten door het raam toch nog een aantal foto’s te maken. Hier vindt al sinds mensenheugenis voor het hele Bavona vallei op de eerst zondag in mei een processie plaats die eindigt in San Carlo.
Een educatieve wandeling over het vee-drijven naar de almen start in Bignasco of Cavergno en loopt via Foroglio naar de bergweiden. Het Bavona dal is een van de steilste en rotsachtigste valleien van het hele Alpengebied. Het 12 km lange Bavona dal eindigt zoals gezegd in San Carlo (Val Bavona) waar men met een kabelbaan de hoger gelegen kristalheldere bergmeren kan bezoeken aan de voet van de 3273m hoge Basodino. De Basodino is één van de mooiste Alpentoppen in Tessin. De turquoisegroene bergmeren tussen het granietmassief zijn vanaf het 1900m hoog bergstation Robièi eenvoudig te bereiken (kinderwagenvriendelijk). Vanaf Lago di Robièi loopt een goed te bewandelen rijbaan via Lago Bianco naar de 2322m hoog gelegen Lago dei Cavagnöö. Maar deze zijn nog gesloten half mei en zullen pas in juni opengaan. Wij houden dit nog te goed omdat het dalen zijn waar we zeker nog eens terugkomen.
VAL LAVIZZARA
Op een informatiebord staat te lezen hoe de kern van Presa is gerestaureerd. De kilometers lange droge muren zijn door vrijwilligers gerestaureerd. Hoewel de meeste huizen nu vakantiewoningen zijn kon deze enclave zijn oorspronkelijke karakter behouden. De gezamenlijke investeringen bedroegen maar liefst 250'000 CHF. Ook een oud verwaarloosd kastanje bos van 1,4ha werd gerestaureerd en nieuw aangeplant. De eikenbomen waren belangrijk voor het voedsel van de dieren en ook deze 1ha werd in ere hersteld.
Na ruim een kilometer bereiken we Cavergno, via Pont Lött passeren we de Maggiakloof en wandelen langs de dala Bisa kapel het dorp binnen. De wasplaats op het plein en een oude stal uit 1372 geven aan dat Cavergno een rijk verleden heeft. De kerk gewijd aan Sant'Antonio da Padava werd gebouwd in 1682, het kreeg in de 18e eeuw de twee zijkapellen en in 1817 vond er een uitbreiding plaats van het koor. We wandelen verder door het dorp maken enkele foto’s en wandelen door richting Bignasco. Langs de Bavona bereiken we het hart van Bignasco, “Albergo Posta” , thans een restaurant en de San Michele kerk tegenover het restaurant. Achter de kerk aan het hoofd van de romeinse San Rocco-brug staat het oratorium S. Rocco dat dateert uit de 16e eeuw. Over de brug gaan we verder door het dorp en wandelen langs een opbergschuur geplaatst op muizentegels, een systeem dat we al kennen uit het kanton Wallis en Berner-Oberland. De stenen dienden ervoor dat men geen ongedierte als muizen en ratten in schuur kreeg.
Over de brug wandelen we richting station waar we een blik werpen op Bignasco, links stroomt de Bavona uit het Bavonadal en rechts stroomt de Maggia uit Val Lavizzara. Broglio en Prato-Sornico zijn evenals zovele gehuchten in de Lavizzara vallei, fascinerende gehuchten van historische waarde.
PRATO-SORNICO
Het gerechtsgebouw staat aan de doorgaande weg. Tijdens de heerschappij van de twaalf Zwitserse kantons (1513-1798), kon de gemeenschap van Lavizzara, hoewel onderdeel van de rechtelijke macht van de Maggia vallei, haar eigen statuten en rechtelijke autonomie behouden. Twee keer per maand kwamen de gerechtsdeurwaarders uit Civio naar dit huis, om het wettelijk bestuur uit te oefenen. De schandpaal, waar veroordeelden op de trappen van de kerk aan publieke minachting werden blootgesteld en de kerkers voor gevangenen in de vochtige kelder herinneren aan de strengheid van deze rechtspraak. De historische betekenis van het gebouw blijkt uit de beschilderde gevel met wapenschilden van de heersende kantons, edelen en religieuze motieven. Dit dorp was in die tijd in feite de hoofdstad van de gemeente Lavizzara. In Prato daarentegen woonden welgestelde rijke families, hier staan de grote burgerlijke huizen die aangeven dat in het verleden een deel van de bewoners hier een hoge levensstandaard had.
De parochiekerk van de heiligen Fabian en Sebastiaan werd in 1487 ingewijd en in 1761 opnieuw, nadat er in 1730 een wederopbouw plaats vond. De barokke klokkentoren dateert uit 1787. Een biechtstoel in de kerk dateert uit 1773. Buiten het oude gedeelte van Prato staat buiten het dorp het pension annex Restaurant van Prato. Na Broglio en Prato-Sornico bereiken we Peccia, waar het Valle di Peccia zich in westelijke richting afsplitst van het Lavizzara dal.
VALLE DI PECCIA
In Peccia splitst het Lavizzara dal zich in westelijke richting in Valle di Peccia, het stroomgebied van de Fiume Peccia. In de nederzetting Peccia gaan we in westelijke richting stroomopwaarts langs de Fiume Peccia het Pecciadal in (Valle di Peccia). Een kleine 2 km voorbij Piano di Peccia, het grootste dorp van de vallei, wordt nog wit marmer uit de bergen gedolven. De plaatsen van de Peccia vallei zijn: Sant’Antonio, Piano Peccia, San Carlo, Cortignelli, en Veglia in de volksmond uitgesproken als Véia.
Wij laten ons met het openbaar vervoer naar Piano Peccia rijden, waarna we een paar kilometer stroomopwaarts langs de Fiume Peccia wandelen richting Sant’Antonio omdat de bus niet verder gaat dan Piano Peccia. In Sant’Antonio staat nog een oude stadel op muizentegels. De gestapelde stenen huizen laten zien dat de huizen door vakmensen zijn gebouwd. De putemmer in de putkelder laat weten dat ze hier vast geen stromend water hebben. Tegenover de putkelder is het voormalig Oratorium Di Sant’Antonio da Padova. In 1713 stond hier vermoedelijk een kapel dat gewijd is aan Antonius von Padua. In het jaar 1817 en later in 1855 werd het door lawines beschadigd. Twee jaar later werd het weer opgebouwd en uitgebreid. In 1951 werd het opnieuw door een lawine met de grond gelijk gemaakt. Nu zijn alleen de fundamenten nog zichtbaar, in 1974 werd er een kleine kapel gebouwd met in de nis een mozaïek van de heilige Antonius von Padua.
PIANO DI PECCIA
SAN CARLO (VALLE DI PECCIA)
CORTIGNELLI (VALLE DI PECCIA)
VEGLIA (VALLE DI PECCIA)
PECCIA (VAL LAVIZZARA)
VAL SAMBUCO
FUSIO-MONGO (VAL LAVIZZARA)
Mongo is door de kerk, die ontworpen is door Mario Botta, een bekende bezienswaardigheid geworden. Het architectonische meesterwerk is met afwisselende lagen van graniet uit het Maggia dal en marmer uit het Peccia dal gebouwd. In de kerk is er plaats voor 15 mensen, het glazen dak zorgt ervoor dat al het licht van boven komt in de kerk. De kerk is vernoemd naar Johannes de Doper en staat op de plek waar in 1986 de kleine kerk uit de 17e eeuw werd bedolven door een lawine. We wandelen door Mongo naar de hoofdrijbaan waar we niet al te lang hoeven wachten op de bus naar Bignasco, waar we moeten overstappen naar Locarno. Het blijft even puzzelen met de busverbindingen maar als je het enige dagen doet, dan is het een fijne manier van reizen, de bussen sluiten op elkaar aan, alleen moet men goed de laatste busrit uit de zijdalen in de gaten houden. In Locarno nemen we de bus naar de thuisbasis in Cugnasco.